Life Natura 2000

Vogels 

Hoewel het gebied niet als Vogelrichtlijngebied aangemeld werd, is het van Vlaams tot Europees belang als broedgebied van een reeks Annex I soorten van de Vogelrichtlijn.

Blauwborst (Luscinia svecica) broedt langsheen de deels herstelde vencomplexen. Vlaanderen heeft voor deze soort binnen Europa een grote verantwoordelijk: procentueel gezien komt een belangrijk deel van de cyanecula-ondersoort (witsterblauwborst) hier voor. Bijgevolg moeten we het gebied van Europees belang beschouwen voor deze soort. De geplande werken in kader van dit project zullen het leefgebied van (witster)blauwborst (Luscinia svecica cyanecula) vergroten, waardoor het gebied van Europees belang wordt.

Nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus) en boomleeuwerik (Lullula arborea) zijn verdwenen als broedvogel in het gebied. De oorzaak is heel duidelijk het verdwijnen van de half open heidehabitats. Het vooropgestelde éénmalig beheer zal het optimaal biotoop voor beide soorten opnieuw herstellen. Verwacht kan worden dat beide soorten op het einde van het project terug broedend zullen aangetroffen worden in het gebied. Beide soorten zouden dan voor het eerst in decennia in het gebied broeden.

In de beboste delen komen alle gewone bosvogels voor. Zwarte specht (Dryocopus martius) is verspreid aanwezig in de open bossen in het gebied. Regelmatig komt wespendief (Pernis apivorus) tot broeden in de bosgedeelten van Averbode Bos en Heide. Voor deze soorten is het gebied van nationaal belang.

In het gebied overwinteren jaarlijks bijzondere Annex I soorten. Voor klapekster (Lanius excubitor) en watersnip (Gallinago gallinago) is Averbode Bos en Heide van Vlaams belang als overwinteringsgebied.

Andere belangrijke doelsoorten zijn de Limburgse Prioritaire Soorten (Colazzo, S en D. Bauwens, 2003). Soorten die hier nog niet eerder vermeld werden zijn: roodborsttapuit (Saxicola torquata) en gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus) (tevens adoptiesoort voor de gemeente Tessenderlo).