Droge heide vormt een zeldzaam vegetatietype in het Europese laagland. Door habitatverlies (wijziging van ruimtelijke bestemming met industrie en woonzones) en intensivering van de landbouw is het areaal in de afgelopen eeuw meer dan gedecimeerd. Maar ook de resterende zones zijn bedreigd door actieve bebossing met naaldhoutaanplanten of verbossing door stopzetten van beheer. Dat is ook het geval in het gebied: van de droge heide rest in Averbode Bos & Heide nog slechts een kleine oppervlakte.
De droge heide (4030) op de tertiaire heuvels in het gebied heeft bovendien een sterk gedifferentieerd voorkomen wegens de heterogene samenstelling van de bodem en de verschillende expositie van het reliëf en daaraan gebonden micro-klimaten. De droge heide van de zuidhelling is thermofiel van karakter, op één enkele plaats komt momenteel nog kruipbrem (Genista pilosa) voor. Daarentegen zijn de heiderelicten van de koele en vochtige noordhellingen sterk gemengd met blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus). Op één plaats groeit in dit milieu nog de in heel West-Europa zeer sterk bedreigde grote wolfsklauw (Lycopodium clavatum)!
Hoewel kwalitatief goede heidehabitats momenteel beperkt zijn in oppervlakte, is het gebied echter van zeer groot belang, door het voorkomen van diverse subtypen van droge heide (4030) op korte afstand van elkaar. In het gebied zijn er bovendien hoge potenties aanwezig om de geschikte abiotische uitgangscondities voor de ontwikkeling van diverse typen van droge heiden (4030) te herstellen, waardoor het Europese belang van het gebied voor Callunetum-vegetaties (4030) nog verder zal toenemen.