Dit bostype neemt potentieel veruit de grootste oppervlakte in van het bosgebied binnen Averbode Bos & Heide, de kwaliteit is echter sterk gedegradeerd door aanplanten, drainage en agressieve exoten. De potenties voor herstel van dit bostype zijn echter zeer groot.
In Averbode Bos & Heide treffen we bovendien een bijzonder type wintereiken-beukenbos (9120) aan, dat in geheel de Atlantische biogegrafische regio zeer zeldzaam is. Dit bostype wordt gekenmerkt door veel wintereik (Quercus petreae), naast hazelaar (Corylus avellana), hulst (Ilex aquifolium), lelietje-van-dalen (Convallaria majalis), dalkruid (Maianthemum bifolium) en witte klaverzuring (Oxalis acetosella). Op de ijzerzandsteenheuvels met kleilenzen in de ondergrond vinden we een zeer bijzondere variant van periodiek vochthoudende bodems. Hier zijn in het verleden bijzondere boszoom- en hakhoutvegetaties beschreven met zaagblad (Serratula tinctoria), betonie (Stachys officinalis), knollathyrus (Lathyrus linifolius), zwartblauwe rapunzel (Phyteuma nigrum) en berghertshooi (Hypericum montanum). Deze voor Vlaanderen uitzonderlijke plantensoorten geven trouwens goed de verwantschap weer tussen deze bossen en de heischrale graslanden die op dezelfde bodemsoort gedij(d)en.