Life Natura 2000

Doelstellingen 

Met dit Life-project willen Natuurpunt Beheer, het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij de bedreigingen voor de natuurwaarden in Averbode Bos & Heide aanpakken, waardoor het projectgebied op termijn zal evolueren tot één van de nieuwe kerngebieden in het Natura 2000-netwerk. Een grondige herinrichting van het gebied en een adequaat beheer achteraf zullen nodig zijn om het project te doen slagen.

De ecologische doelstellingen voor het project kunnen in 3 groepen ingedeeld worden:

  • Het herstel van een historisch complex van vennen met Littorelletalia uniflorae (3110), Nanocyperetalia (3130), Ericion tetralicis (4010) en Rhynchosporion (7150) met overgangen naar trilvenen (7140) is prioritair. Extra aandacht gaat daarbij naar het herstel van de populaties van Luronium natans, Littorella uniflora en Lobelia dortmanna.
  • Het herstel van een gordel van drogere habitats die de vencomplexen omringen en met elkaar verbinden, bestaande uit duingraslanden (psammofiele heide met Calluna en Genista-soorten (2310), Corynephoretalia canescentis (2330), Callunetum (4030) en het prioritaire habitat Nardetalia (6230+).
  • Het herstel en de herontwikkeling van zeer waardevolle wintereiken-beukenbossen (Querco-Fagetum (9120)) en zomereiken-berkenbossen (Querco-Betuletum (9190) (en in mindere mate Stellario-Carpinetum (9160)) in mozaïek met de andere Annex I-habitats.

 DoelstellingenAfb1 DoelstellingenAfb2   DoelstellingenAfb3
   
Van al deze habitats zijn er in het gebied ofwel nog sporen aanwezig, ofwel zijn de ontwikkelingsomstandigheden gunstig. Naast een positieve invloed op de habitats en flora zullen ook enkele Annex I-soorten van de Vogelrichtlijn in aantallen toenemen en zich opnieuw vestigen in het gebied. Belangrijke Annex I-doelsoorten die heel positief zullen reageren op het grootschalig herstel van de his­to­rische vencomplexen zijn woudaap (Ixobrychus minutus), grote zilverreiger (Egretta alba), roerdomp (Botaurus stellaris), ijsvogel (Alcedo atthis), porseleinhoen (Porzana por­zana), bosruiter (Tringa glareola) en visarend (Pandion haliaetus). We hopen ook dat zwarte stern (Chlidonias niger) zich als broedvogel in de herstelde vencomplexen zal hervestigen.

Andere Annex I-soorten, typisch voor halfopen habitats op landduinen, zullen eveneens posi­tief reageren op de acties ondernomen in dit project. We denken hierbij aan nacht­zwaluw (Ca­primulgus europaeus) en boomleeuwerik (Lullula arborea). Deze soorten zijn momenteel als broedvogel uit het gebied verdwenen. Door uitvoering van het project zullen deze soorten voor het eerst sinds jaren terug kunnen broeden in het gebied. Gunstige habitats zijn een belangrijke voorwaarde voor het duurzaam behoud van deze soorten.

Dit Life-project wil naast het herstel van habitats ook een duurzaam, beheer van het gebied bevorderen. Het opstarten van een jaarlijks weerkerend biotoop­be­heer met goed en technisch aangepast materiaal en het betrekken van vrijwilligers zijn de uitgangspunten voor deze doelstelling.