Life Natura 2000

Versnippering van Annex I-habitats en gevolgen op vlak van soortenrijkdom 

Versnippering ten gevolge van grootschalige en monotone naald- en loofhoutaanplanten, de­gra­datie van habitats door gebrek aan adequaat beheer, de vernieling van de natuurlijk hy­dro­logie en het verdwijnen van de vencomplexen, de aanleg van ‘harde’ menselijke struc­tu­ren zoals weekendhuisjes en de aanwezigheid van landbouwenclaves vormt één van de groot­ste bedreigingen voor de resterende Annex I-habitats in het projectgebied.

De hoge mate van isolatie van de resterende habitats belemmert (her-)kolonisatie en uit­wis­se­ling van verschillende weinig mobiele doelsoorten – zowel binnenin het gebied als vanuit om­ringende gebieden - en vormt hierdoor een bedreiging voor de duurzame overleving van de aanwezige populaties.

Van de landduin- en heidehabitats (2310, 2330, 4010) resteren in West-Europa en de Ant­werp­se Kempen in het bijzonder slechts enkele procenten van het vroegere areaal. De eva­lua­tie of er al dan niet fragmentatie optreedt, mag echter niet beoordeeld worden op het ni­veau van één gebied, maar dient te gebeuren in grotere eenheden. Daarbij kunnen grotere op­pervlakten van een bepaald habitat versterkt worden met een netwerk van sites waar dit habi­tat voorkomt en waarbij deze kunnen fungeren als stapsteen/refugium voor typische ken­soor­ten van dit habitat. Het projectgebied maakt deel uit van een groter geheel waar nog wel goed ontwikkelde habitats voorkomen, zowel in de droge als in de natte sfeer. Zo loopt het gebied over in de Vlaamse reservaten Pinnekensweyer (binnen het bosgebied Gerhagen) en Hou­terenberg die – ten dele ook na herstelbeheer - nog een grote soortenrijkdom voor ver­schil­lende groepen vertonen. Tevens zijn er verbindingen naar de waterrijke gebieden van de Demervallei en de baserijke moerassen van de Langdonken via de Kalsterloop die in het gebied ontspringt. In deze context vormt het projectgebied een belangrijk kerngebied voor het behoud en herstel van de eerder vernoemde Annex I-habitats in West-Europa.