De bedreiging ‘grootschalig habitatverlies door aanplanten’ is veruit de belangrijkste bedreiging in het projectgebied. We kunnen deze bedreiging uitsplitsen in drie belangrijke groepen namelijk:
- aanplanten in voormalige heidehabitats (Ericion tetralicis (4010) en Callunetum (4030)) en in duinheide (2310) en duingrasland met Corynephorus- en Agrostis-soorten;
(Spergulo-Corynephoretum (2330)) op landduinen met vernietiging van de betrokken habitats tot gevolg;
- aanplanten die waardevolle graslanden – waaronder soortenrijke heischrale graslanden (6230+) - degradeerden en vernielden;
- aanplanten die de natuurwaarde of de ontwikkeling van waardevolle bossen, voornamelijk oude zuurminnende bossen met Quercus robur op zandvlakten (9190) en beukenbossen met Ilex- en Taxus-soorten (9120) aantasten en verhinderen.