Momenteel zijn de meeste voorkomende land- en stuifduinen beplant met naaldhout. Vooral bestanden van Grove en Corsicaanse den nemen een groot deel van de oppervlakte in (>75%). Ondanks de aanwezigheid van de aanplanten is er onder de naaldbossen nog een vitale zaadbank van de doelsoorten aanwezig. Na het verwijderen van bomen, strooisel- en humuslaag, zal deze zaadbank worden vrijgesteld waardoor een spontane ontwikkeling naar duinheide- en zanduinvegetaties (2310, 2330) kan optreden. Doordat samen met de strooisel- en humuslaag een groot deel van de aanwezige nutriënten worden verwijderd, wordt de originele, voedselarme situatie waarop de doelvegetaties groeien, hersteld.
Maatregelen in dit verband zijn onder meer kappen van de naaldhoutaanplanten, verwijderen van de strooisellaag en afplaggen van de organische toplaag.
Naast direct habitatherstel (2310, 2330, 4030) op grote schaal verwachten we ook de terugkeer van Annex I soorten van de Vogelrichtlijn, in het bijzonder nachtzwaluw en boomleeuwerik (beide soorten zijn in het gebied momenteel als broedvogel verdwenen).