Uit historische gegevens blijkt dat het prioritaire habitat Nardetalia (6230+) vroeger in het gebied een aanzienlijke oppervlakte innam. Aangekomen in de omgeving van Averbode en Westerlo meldt de botanicus Jean Kickx in 1832 “heuvelende maar weinig productieve gronden begroeid met schrale grassoorten en jeneverbes. Tussen Herselt en Westerlo is de grond nog zandig maar vochtiger en groeien in de bermen borstelgras, liggende vleugeltjesbloem, welriekende nachtorchis en stekelbrem”.
Maatregelen in dit verband zijn het kappen van aanplanten, het verwijderen van het strooisel, het verwijderen van de boomstronken en afplaggen van de organische toplaag.