Life Natura 2000

Begeleidend beheer na eenmalige werken 

Na het eenmalig beheer kan, zo leert de ervaring, door nalevering van restanten nutriënten en/of door afbraak van humus, de vegetatie snel terug verruigen. Indien hiertegen niets gebeurt kan het proces van interne eutrofiëring terug versneld gaan optreden en is het resultaat van de herstellingswerken teniet gedaan. Bij gebrek aan een begeleidend beheer gebeurt het al te vaak dat de net behandelde terreinen op korte termijn begroeid geraken met bijv. jonge bomen (Betula sp, Salix sp) of zoals dit vaak voorkomt door ruigtevormende kruiden zoals bijv. Juncus effusus en Molinea caerulea. Deze explosieve ontwikkeling van de vegetatie is meestal het gevolg van een plots vrijkomen van nutriënten of veroorzaakt doordat er onvoldoende nutriënten werden verwijderd. In de meeste gevallen bestaat dit begeleidend beheer uit het in een vroeg stadium maaien van de ongewenste vegetatie. Het effect van het maaien is dat de planten geremd worden in hun ontwikkeling (kunnen geen voedselreserves opbouwen in hun wortel) en dat bijkomende nutriënten worden afgevoerd. Doorgaans moet dit maaibeheer een aantal jaren worden aangehouden totdat een nutriëntenlimitatie optreedt. Het maaien is hier als het ware een vorm van ‘intensive care’ na een operatie.